ECLI:NL:CRVB:2022:2169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante ontving een Ziektewet-uitkering die het UWV beëindigde omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen en er geen sprake was van toegenomen beperkingen sinds de eerstejaars Ziektewet-beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat geen objectieve medische gegevens een toename van beperkingen aantoonden.
In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische beperkingen waren onderschat, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze gronden een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat er geen objectieve medische gegevens waren die een toename van beperkingen in de relevante periode ondersteunden. Appellante was pas later onder psychische behandeling gekomen.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en oordeelde dat de Ziektewet-uitkering terecht was beëindigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellante is terecht beëindigd wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.