Uitspraak
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van verzoeker tegen het bestreden besluit gegrond verklaard. In artikel 2.2.2 van de beleidsregel Protocol Voorzieningen UWV zijn aan de verzoeker tegengeworpen voorwaarde dat initieel onderwijs wordt gevolgd en een leeftijdsgrens van 30 jaar opgenomen, maar die voorwaarde en leeftijdsgrens moeten naar het oordeel van de rechtbank buiten toepassing worden gelaten ten aanzien van studerenden die een levenlanglerenkrediet ontvangen. Dit volgt, aldus de rechtbank, uit artikel 19a, eerste lid, onderdeel b, van de WOOS, zoals dit sinds 1 januari 2019 luidt. Bij de aangevallen uitspraak is het bestreden besluit vernietigd en het besluit van 16 september 2019 herroepen. Verder heeft de rechtbank zelf in de zaak voorzien door te bepalen dat het Uwv alsnog een voorziening schrijf- en/of gebarentolk aan verzoeker toekent en door te bepalen dat de aangevallen uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit.
Conclusie5. Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter het voorshands waarschijnlijk dat de weigering van het Uwv om verzoeker over de periodes in geding een voorziening schrijf en/of gebarentolk toe te kennen voor het volgen van onderwijs aan de Hogeschool Utrecht en VAVO Haaglanden uiteindelijk in rechte stand kan houden. Daarom zal afwijzend worden beslist op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Omdat nader onderzoek mogelijk nog kan bijdragen aan de beoordeling van de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, en – blijkens de Voortgangsrapportage passend onderwijs mbo van 24 juni 2022 – op het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt gewerkt aan een wijziging van artikel 19a van de WOOS, zal de voorzieningenrechter niet onmiddellijk uitspraak doen in de bodemprocedures (kortsluiten). De bodemprocedures zullen worden behandeld door een meervoudige kamer van de Raad.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
Procesverloop
1
Overwegingen
initieelonderwijs. Deze belemmeringen duren naar verwachting tenminste nog 3 maanden.
–studerende zijn als bedoeld in de Wajong (de voltijdstuderende); of
–jonger zijn dan 30 jaar en uitsluitend vanwege zijn ziekte of gebrek geen voltijdonderwijs kunnen volgen.
Als studerend als bedoeld in de Wajong wordt aangemerkt de persoon: die Wajonggerechtigde (oWajong, Wajong 2010 of Wajong 2015) is en een levenlanglerenkrediet ontvangt.
2
3
initieelonderwijs. Het blijven hanteren van het begrip “initieel onderwijs” in een beleidsregel verdraagt zich echter niet met de wijziging van de wet in formele zin, artikel 19a, van de WOOS, waarin ook jonggehandicapten die een levenlanglerenkrediet ontvangen worden aangemerkt als studerenden in de zin van de WOOS. Naar het oordeel van de rechtbank dient daarom het hanteren van het begrip “initieel onderwijs” in artikel 2.2.2. van het Protocol Voorzieningen UWV 2020 buiten beschouwing te blijven voor zover dat betrekking heeft op studerenden die een levenlanglerenkrediet ontvangen.
Nu artikel 19a, eerste lid, onderdeel b, van de WOOS, naar het oordeel van de rechtbank niet vereist dat sprake moet zijn van initieel onderwijs om voor een onderwijsvoorziening in aanmerking te komen, er evenmin sprake is van een vereiste leeftijdsgrens van dertig jaar en voorts niet in geschil is dat eiser een Wajonger is en dat hij een levenlanglerenkrediet ontvangt, is eiser als studerende in de zin van artikel 19a, eerste lid, onderdeel b, van de WOOS aan te merken. Eiser voldoet daarmee aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een onderwijsvoorziening. Verweerder heeft dit niet onderkend.
Beslissing
verklaart het beroep gegrond;
Rechtsmiddel
Kamerstukken II, 2020/21, 34562, nr. 18.
Stb. 2018, 424.
Kamerstukken II, 2017/18, 34 977, nr. 3, p. 8.