Uitspraak
21 1735 WW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
WW-uitkering correct is uitbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen de betaalspecificatie van zijn WW-uitkering over januari 2020, omdat hij meende dat het ontvangen bedrag lager was dan toegekend. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond, met als reden dat nabetalingen tijdens de bezwaarprocedure hadden plaatsgevonden, waardoor de uitkering correct was uitbetaald.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen procesbelang had, aangezien het UWV de betaling tijdens de bezwaarprocedure had hersteld. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank zich onterecht niet had uitgelaten over het gebruik van BSN-gegevens en dat de uitspraak naar een oud adres was gestuurd, wat vertraging veroorzaakte. Tevens stelde appellant dat het griffierecht niet was vergoed zoals afgesproken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen belang had bij het beroep omdat het resultaat dat hij nastreefde reeds was bereikt door de nabetaling. Andere punten waren niet aan de orde gesteld. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.