ECLI:NL:CRVB:2022:2131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-vervolguitkering terecht vanwege passende functies bij belastbaarheid
Appellante was werkzaam als secretaresse en meldde zich ziek in mei 2014. Na een periode van ziektewet ontving zij vanaf mei 2016 een WGA-vervolguitkering op grond van de Wet WIA, vastgesteld op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid. In 2019 vond een herbeoordeling plaats waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 26,33%, waarna het UWV de uitkering beëindigde. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond vanwege motiveringsgebreken, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. In hoger beroep betwistte appellante de geschiktheid van de geselecteerde functies, met name vanwege beperkingen in conflicthantering en concentratievermogen. Het UWV overhandigde een aanvullend rapport ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de functies receptionist en administratief medewerker passend zijn, omdat de aard van het werk en de mate van conflicthantering verschillen van eerdere functies die als ongeschikt werden beoordeeld. Ook de secretarieel medewerker en administratief ondersteunend medewerker zijn passend vanwege routinematige aard van het werk. De Raad bevestigde daarmee de beëindiging van de WGA-vervolguitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-vervolguitkering terecht is beëindigd omdat de geselecteerde functies passend zijn bij de belastbaarheid van appellante.