ECLI:NL:CRVB:2022:2096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 juli 2020. De Raad heeft verzoeker bij brief van 10 maart 2022 gewezen op de verplichting tot betaling van een griffierecht van €136,- binnen 28 dagen. Bij een aangetekende brief van 10 april 2022 is verzoeker nogmaals op de hoogte gesteld van deze verplichting en de consequenties van niet-tijdige betaling.
Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad heeft op basis van de beschikbare gegevens geoordeeld dat verzoeker in verzuim is. Hierdoor is het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken in het openbaar op 20 september 2022. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.