Uitspraak
18.4861 ANW
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om postume toelating van haar overleden echtgenoot tot de vrijwillige ANW-verzekering nadat haar aanvraag om een nabestaandenuitkering was afgewezen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat de aanvraag niet binnen de wettelijke aanmeldingstermijn van één jaar na het einde van de verplichte verzekering was ingediend.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de door appellante genoemde omstandigheden geen bijzonder geval vormden om van de aanmeldingstermijn af te wijken. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet kon verschijnen op de zitting en dat haar echtgenoot wel een verplichte verzekering had betaald, maar de Raad verwierp deze argumenten.
De Raad bevestigde dat op grond van de geldende wet- en regelgeving deelname aan de vrijwillige verzekering alleen mogelijk is binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering. De aanvraag van appellante was ruim na deze termijn ingediend. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag tot postume deelname aan de vrijwillige ANW-verzekering is afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke aanmeldingstermijn.