ECLI:NL:CRVB:2022:2057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking behandelend rechter niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een hoger beroepsprocedure bij de Centrale Raad van Beroep. Het verzoek werd gedaan nadat verzoeker bezwaar had gemaakt tegen de wijze waarop een toelichting van een verzekeringsarts in de conceptvraagstelling was opgenomen.
De Raad heeft vastgesteld dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend. De feiten en omstandigheden die aanleiding gaven tot het wrakingsverzoek waren verzoeker bekend vanaf 17 mei 2022, maar het verzoek werd pas op 1 juni 2022 ingediend. Deze termijn van ongeveer twee weken werd niet voldoende gemotiveerd om als tijdig te worden beschouwd.
Op grond van artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn. Omdat verzoeker niet aan deze eis voldeed, verklaarde de Raad het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.
Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en uitgesproken op 12 september 2022.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.