ECLI:NL:CRVB:2022:203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het bezwaar van appellant werd gegrond verklaard en appellant met ingang van 14 februari 2019 in aanmerking werd gebracht voor een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad stelde vast dat het UWV aan appellant was tegemoetgekomen en dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het UWV in de proceskosten kan worden veroordeeld.
De proceskosten bestonden uit kosten van medische deskundigen en kosten van rechtsbijstand, die door appellant waren gespecificeerd en niet door het UWV waren betwist. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van een totaalbedrag van €5.116,- aan proceskosten. Het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV verhalen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €5.116,- aan proceskosten aan appellant.