ECLI:NL:CRVB:2022:2025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet melden handel in (nep)drugs
Appellant ontvangt sinds 2012 bijstand en werd verdacht van het verkopen van (nep)drugs op straat, wat door politieonderzoek en meerdere aanhoudingen werd bevestigd. Het college trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde de kosten terug vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant ontkende de handel, maar kon niet aantonen hoeveel inkomsten hij eventueel had ontvangen, noch dat hij recht had op bijstand als hij wel had gemeld. De Raad oordeelde dat het college voldoende bewijs had geleverd met processen-verbaal en dat het ontbreken van geld bij aanhoudingen niet uitsluit dat er handel was.
De Raad benadrukte dat het aan appellant was om aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand, wat niet is gebeurd. Daarom kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en is de intrekking terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens het niet melden van handel in (nep)drugs.