ECLI:NL:CRVB:2022:2013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig timmerman, meldde zich ziek met rugklachten en ontving aanvankelijk ziekengeld. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, inclusief medische informatie van behandelaars en een verzekeringsarts bezwaar en beroep die de psychische gesteldheid beoordeelde. Het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze beoordeling. De Raad oordeelde dat het UWV de functionele mogelijkheden van appellant correct had vastgesteld en dat het ingebrachte behandelplan van het Rughuis geen aanwijzingen gaf voor aanwezige psychische klachten op de datum in geding.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende gemotiveerd heeft dat appellant passende functies kon verrichten en dat de uitkering terecht is beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de Ziektewetuitkering terecht heeft beëindigd na zorgvuldig onderzoek.