ECLI:NL:CRVB:2022:2011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische rapporten en functionele mogelijkhedenlijst (FML) voldoende rekening hielden met haar psychische klachten.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door ernstige psychische klachten niet kon werken en dat de geselecteerde functies interne opleidingen vereisten die zij niet kon volgen. De Raad oordeelde dat deze argumenten niet afdoende waren onderbouwd. De brief van de behandelaar ontbrak aan essentiële gegevens en bevatte geen nieuwe bevindingen. De arbeidsdeskundige had overtuigend gemotiveerd dat de functies passend waren en dat appellante in staat was een interne opleiding te volgen.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% had vastgesteld en de WIA-uitkering had geweigerd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.