Uitspraak
22.568 TW, 22/1401 TW, 22/1402 TW
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een toeslag op zijn WIA-uitkering die het UWV heeft herzien en teruggevorderd omdat appellant niet had gemeld dat zijn partner een WIA-uitkering ontving en inkomsten uit arbeid had. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de inlichtingenverplichting op appellant rust en dat het UWV verplicht was de toeslag met terugwerkende kracht te herzien.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV zelf over de benodigde informatie beschikte en dat terugvordering onterecht was, mede vanwege het late tijdstip van herziening. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de inlichtingenverplichting niet vervalt door het bezit van informatie door het UWV en dat het UWV de toeslag terecht heeft herzien en teruggevorderd conform de toepasselijke wettelijke bepalingen en beleidsregels.
Er werden geen dringende redenen aangetoond om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de toeslag bevestigd.