Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:1972

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 september 2022
Publicatiedatum
14 september 2022
Zaaknummer
22/182 WIA-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 Wet WIA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek verhoging WIA-uitkering wegens hulpbehoevendheid

Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een verzoek ingediend tot verhoging van zijn WIA-uitkering op grond van hulpbehoevendheid. Dit verzoek is door het Uwv afgewezen op 21 maart 2019. Appellant heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar de rechtbank Rotterdam heeft op 6 december 2021 het beroep ongegrond verklaard en de beslissing van het Uwv gehandhaafd.

De rechtbank oordeelde dat appellant niet feitelijk hulp nodig heeft bij essentiële dagelijkse levensverrichtingen zoals douchen, naar het toilet gaan en aankleden, en daarmee niet voldoet aan het criterium van geregelde verzorging. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische gegevens of nieuwe gronden aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.

De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot verhoging van de uitkering. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing is in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoek tot verhoging van WIA-uitkering wegens hulpbehoevendheid wordt afgewezen.

Uitspraak

22.182 WIA-PV

Datum uitspraak: 1 september 2022
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 december 2021, 20/496 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: T. Dompeling
Griffier: A.M.M Chevalier
Ter zitting zijn appellant en zijn gemachtigde – met bericht – niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door drs. J.C. van Beek.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 16 december 2019 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv zijn beslissing van 21 maart 2019 gehandhaafd waarin de aanvraag van appellant om verhoging van zijn uitkering vanwege hulpbehoevendheid op grond van de Wet WIA is afgewezen.
De rechtbank heeft de beroepsgronden uitvoerig besproken. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet blijkt dat appellant feitelijk hulp nodig heeft bij essentiële dagelijkse levensverrichtingen als douchen, naar het toilet gaan en aankleden zodat niet voldaan wordt aan het criterium geregelde verzorging. De Raad sluit zich aan bij wat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische gegevens ingediend of nieuwe gronden aangevoerd. De gronden die hij heeft aangevoerd zijn in essentie dezelfde gronden als in beroep. Die gronden zijn door de rechtbank gemotiveerd weerlegd. Het Uwv heeft terecht het verzoek om verhoging van de uitkering bij hulpbehoevendheid als bedoeld in artikel 63 van Pro de Wet WIA afgewezen.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend.) A.M.M Chevalier (getekend.) T. Dompeling