ECLI:NL:CRVB:2022:1945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid medewerker bloemenveiling
Appellante was werkzaam als medewerker bloemenveiling en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 13 september 2019 na een medische beoordeling die haar arbeidsgeschiktheid vaststelde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de klachten geen belemmering vormden voor het werk. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten, waaronder duizeligheid en psychische problematiek, onvoldoende waren onderkend en dat het UWV de belasting van haar werk verkeerd had ingeschat.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevatte die het eerdere oordeel konden wijzigen. De medische beoordeling was overtuigend en zorgvuldig, en er was geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 13 september 2019 wordt bevestigd.