ECLI:NL:CRVB:2022:1918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling laattijdige Wajong-aanvraag wegens gebrek aan jonggehandicaptheid op achttiende verjaardag
Appellant diende een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering, waarbij de vraag centraal stond of hij op zijn achttiende verjaardag of binnen vijf jaar daarna jonggehandicapte was geworden. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van beperkingen in zijn arbeidsvermogen op die datum, mede omdat de medische gegevens ontoereikend waren.
De rechtbank stelde vast dat het Uwv niet volledig had voldaan aan zijn onderzoeksplicht, maar na aanvullend onderzoek bleef het oordeel dat appellant niet jonggehandicapt was ongewijzigd. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische informatie geen beperkingen aantoonde die recht geven op Wajong.
De Raad wees erop dat het psychiatrisch onderzoek uit 2017 en eerdere onderzoeken geen diagnose van psychiatrische stoornis opleverden die op de achttiende verjaardag van appellant beperkingen veroorzaakten. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-aanvraag wordt bevestigd.