ECLI:NL:CRVB:2022:1910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na beoordeling arbeidsvermogen en beperkingen
Appellante was werkzaam als schoonmaakster/keukenhulp en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewet-uitkering omdat zij volgens deskundigen meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank volgde het deskundigenrapport waarin werd vastgesteld dat appellante beperkt is tot een werksetting met maximaal vijf collega’s vanwege haar angststoornissen.
In hoger beroep betwistte appellante deze beperking en het oordeel over haar vervoersmogelijkheden en taalvaardigheid. De Raad bevestigde dat de deskundige zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de functies die appellante kan vervullen voldoen aan de gestelde voorwaarden, waaronder het solitair werken in een fabriekshal met maximaal vijf directe collega’s.
De Raad oordeelde dat het vervoersprobleem kan worden opgelost met een vervoersvoorziening en dat het niet beheersen van de Nederlandse taal geen gevolg is van ziekte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd omdat appellante meer dan 65% van haar loon kan verdienen binnen haar beperkingen.