ECLI:NL:CRVB:2022:190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering na bedrijfsongeval
Appellant, voormalig onderhoudsmonteur, raakte arbeidsongeschikt na een bedrijfsongeval op 12 juli 2016. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid per 10 juli 2018 vast op minder dan 35%, waardoor appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV hebben de beperkingen en belastbaarheid van appellant zorgvuldig onderzocht en gemotiveerd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen zijn onderschat en dat hij de geselecteerde functies niet kan vervullen. De Raad onderschreef de medische beoordeling van het UWV, waarbij rekening is gehouden met alle relevante klachten en een uitgebreid revalidatietraject.
De Raad oordeelde dat er geen aanleiding was voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige en bevestigde dat appellant de geselecteerde functies kan vervullen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Daarnaast werd appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een WIA-uitkering bevestigd.