Uitspraak
20 2155 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage per 9 juli 2018 op 46,75% werd vastgesteld en de hoogte van zijn WGA-loonaanvullingsuitkering niet werd gewijzigd.
De rechtbank Den Haag oordeelde aanvankelijk dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, met name vanwege het ontbreken van onderzoek naar psychische beperkingen en allergieën. Het UWV heeft daarop aanvullende rapporten en onderzoeken ingediend, waaruit bleek dat de beperkingen adequaat waren beoordeeld en gemotiveerd.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn psychische en lichamelijke klachten, waaronder een depressieve stoornis, rughernia, en een hartinfarct, onvoldoende in aanmerking zijn genomen. Het UWV heeft echter aanvullende medische rapporten overlegd waarin de beperkingen gehandhaafd zijn en de belastbaarheid niet is gewijzigd.
De Raad concludeert dat er geen medische onderbouwing is voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan vastgesteld. De functies die aan appellant zijn toegerekend zijn passend, ook rekening houdend met allergieën. Het UWV-besluit is in hoger beroep deugdelijk gemotiveerd en de eerdere schending van de motiveringsplicht wordt gepasseerd. Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot vaststelling van 46,75% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.