ECLI:NL:CRVB:2022:1823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en weigering Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit en opleidingsniveau
Appellant was grondwerker en meldde zich in januari 2019 ziek met psychische en fysieke klachten. Het UWV beëindigde zijn Ziektewetuitkering per 28 september 2020 omdat hij volgens een arbeidsdeskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Na een nieuwe ziekmelding per 3 november 2020 weigerde het UWV de uitkering opnieuw.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat zijn beperkingen ernstiger waren, onder meer door een depressie en slaapproblemen die een urenbeperking rechtvaardigen. Ook voerde hij aan dat zijn opleidingsniveau lager was dan aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige beoordeelden de beperkingen en verdiencapaciteit opnieuw, maar concludeerden dat appellant arbeidsgeschikt was voor eenvoudige functies met opleidingsniveau 2.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen. De Raad vond dat de medische situatie op beide data nagenoeg gelijk was, dat geen urenbeperking noodzakelijk was en dat appellant voldeed aan opleidingsniveau 2.
De Raad bevestigde daarom de beëindiging en weigering van de Ziektewetuitkering en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd en geweigerd wegens voldoende verdiencapaciteit en passend opleidingsniveau.