ECLI:NL:CRVB:2022:1812

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 augustus 2022
Publicatiedatum
16 augustus 2022
Zaaknummer
21/2525 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-zaken ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant de gronden niet tijdig had ingediend. Appellant stelde in verzet dat hij de gronden wel had ingediend en dat hij door ziekenhuisopname en revalidatie niet eerder kon reageren.

De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat hij daadwerkelijk niet in staat was om de gronden binnen de termijn in te dienen. De termijn liep tot 5 november 2021, terwijl appellant tussen 14 juli 2021 en die datum voldoende gelegenheid had om zijn gronden in te dienen. De Raad wees erop dat appellant meerdere malen schriftelijk was verzocht om de gronden in te dienen, waaronder een aangetekende brief.

Verder stelde de Raad dat appellant een derde had kunnen inschakelen om zijn belangen te behartigen of om uitstel te vragen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 4 augustus 2022
21/2525 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 juni 2021, 20/2237 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Zwitserland (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 3 februari 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend.
Het verzet is behandeld ter zitting van 23 juni 2022. Appellant heeft op zijn verzoek deelgenomen aan de zitting door middel van een telefonische verbinding. De Svb is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad van 3 februari 2022 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet zijn ingediend.
In verzet verklaart appellant dat hij de gronden op 30 november 2021 naar de Raad heeft gestuurd. Verder heeft appellant aangegeven dat hij de gronden niet eerder kon indienen omdat hij was opgenomen in het ziekenhuis en later in een revalidatiecentrum.
De Raad is van mening dat appellant niet met bewijsstukken heeft onderbouwd dat hij niet in staat was de gronden in te dienen in de periode dat dit mogelijk was. De laatste dag om tijdig de gronden in te dienen was 5 november 2021. Dat betekent dat appellant de mogelijkheid heeft gehad om gronden in te dienen tussen het instellen van beroep op 14 juli 2021 en
5 november 2021. De Raad heeft hem twee maal per brief gevraagd om dat te doen, namelijk op 7 september 2021 en op 8 oktober 2021. De brief van 8 oktober is aangetekend verzonden. Appellant wist dat hij gronden moest indienen en heeft voldoende gelegenheid gehad. Dat hij de hele periode hiertoe niet in staat was, is onvoldoende onderbouwd. Hij had een derde kunnen inschakelen om zijn belangen te behartigen en namens hem de gronden in te dienen dan wel nogmaals uitstel te vragen voor het indienen van de gronden.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt