Uitspraak
18.5778 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
2 mei 2017 recht heeft op een WGA-vervolguitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80%;
€ 1.897,50;
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als field engineer en meldde zich in 2008 ziek met psychische klachten. Het UWV kende hem in 2009 een WGA-vervolguitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 41,20%. Na een herbeoordeling in 2017 beëindigde het UWV de uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het UWV het besluit alsnog had gemotiveerd. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen werden onderschat en dat een urenbeperking moest worden aangenomen. De Raad liet een deskundige rapporteren, die concludeerde dat appellant meer beperkt was dan in de FML vermeld en een urenbeperking noodzakelijk was.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep onderschreef een urenbeperking van 6 uur per dag. Het UWV kon geen draagkrachtige motivering meer geven. De Raad besloot zelf dat appellant recht heeft op een WGA-vervolguitkering berekend op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80%. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Appellant heeft recht op een WGA-vervolguitkering van 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid vanaf 2 mei 2017.