Uitspraak
20.95 PW
28 november 2019, 19/3309 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand en was verplicht mee te werken aan arbeidsinschakeling. Het college legde hem meerdere maatregelen op wegens het niet verschijnen op een groepsvoorlichting en een intakegesprek in het kader van re-integratie. Appellant stelde dat hij door darmklachten en psychische overmacht niet kon verschijnen, maar maakte dit niet aannemelijk.
De Raad stelde vast dat de oproepen correct waren verzonden en dat het niet verschijnen kwalificeerde als het niet nakomen van de arbeidsverplichtingen. De aangevoerde medische en persoonlijke omstandigheden boden onvoldoende grond om de verwijtbaarheid weg te nemen of de maatregelen te matigen.
De Raad oordeelde dat het college terecht recidivebepalingen toepaste en dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor ontheffing van arbeidsverplichtingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand wegens het niet verschijnen op re-integratiebijeenkomsten.