ECLI:NL:CRVB:2022:1782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet verstrekken bankafschriften
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en overhandigde bankafschriften van 1 maart tot 1 juni 2020, maar weigerde de gevraagde bankafschriften van 22 januari tot 1 maart 2020 te verstrekken. Het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling en wees deze later af vanwege onvoldoende inzicht in de financiële situatie.
In bezwaar en hoger beroep bleef appellant deze bankafschriften schuldig, ondanks herhaalde verzoeken en uitleg door het college. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelde dat de financiële situatie essentieel is voor de beoordeling van het recht op bijstand en dat het niet voldoen aan de medewerkingsplicht een geldige grond is voor afwijzing.
Appellant voerde aan dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een psychotische stoornis, onvoldoende werden meegewogen, maar de Raad vond dat het college hier voldoende rekening mee had gehouden. Ook het bezwaar dat er geen zitting in de bodemzaak was gehouden, werd verworpen omdat de voorzieningenrechter bevoegd was om direct uitspraak te doen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet de gevraagde bankafschriften heeft verstrekt.