ECLI:NL:CRVB:2022:1767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als allround expeditie medewerker en meldde zich ziek sinds juni 2017 vanwege fysieke klachten na een ongeval. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht op basis van rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, inclusief het bestuderen van medische dossiers en het houden van een hoorzitting. De medische beperkingen van appellant, waaronder fysieke en psychische klachten, werden als juist ingeschat en de geselecteerde functies als geschikt beoordeeld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV in hun oordeel. Er waren geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.