ECLI:NL:CRVB:2022:1726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Dompeling
- G.S.M. van Duinkerken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als veeverzorger/inpakker, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval met linkerarmklachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was vastgesteld na medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen noodzaak was voor een urenbeperking. Appellante betwistte dit oordeel in hoger beroep, stellende dat zij door energetische beperkingen verdergaand arbeidsongeschikt was.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Nieuwe gronden die vlak voor de zitting werden ingebracht, werden niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde. Het verzoek om een deskundige werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan twijfel aan de medische beoordeling.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en weigering WIA-uitkering bevestigd.