ECLI:NL:CRVB:2022:1631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning vervolguitkering WIA per 1 maart 2020 na beëindiging dienstverband
Appellant is sinds 27 mei 2007 arbeidsongeschikt als gevolg van een hartinfarct en ontving een loongerelateerde WIA-uitkering. Na beëindiging van zijn dienstverband per 26 februari 2020 wijzigde het UWV de uitkering per 1 maart 2020 naar een vervolguitkering vanwege het ontbreken van inkomsten uit arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen deze wijziging, stellende dat de verlaging onterecht was en verwees naar een nieuw hartinfarct in augustus 2020, waardoor hij volledig arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat appellant vanaf 1 maart 2020 niet voldeed aan de inkomenseis en de prepensioeninkomsten niet meetellen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank en wees op het feit dat het nieuwe hartinfarct na de datum van het bestreden besluit plaatsvond en inmiddels heeft geleid tot een IVA-uitkering. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht een vervolguitkering WIA heeft toegekend per 1 maart 2020.