ECLI:NL:CRVB:2022:1627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant verzocht het UWV om herziening van het besluit van 16 oktober 2009, waarin een WIA-uitkering werd geweigerd. Het UWV handhaafde dit besluit na onderzoek en bezwaarprocedures, waarbij werd vastgesteld dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen als zorgvuldig en overtuigend beoordeelde. Het door appellant ingebrachte psychologisch rapport van Van Rijn uit 2020 gaf geen aanleiding tot twijfel aan de eerdere conclusies.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat de aanvullende diagnoses van Van Rijn niet voldoende onderbouwd waren en dat het UWV terecht het verzoek tot herziening en toekenning van een WIA-uitkering heeft geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot toekenning van een WIA-uitkering wordt bevestigd.