ECLI:NL:CRVB:2022:1584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Motiveringsgebrek in besluit UWV over urenbeperking arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als verkoopmedewerkster en meldde zich ziek, waarna zij een WIA-uitkering aanvroeg die werd afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na een nieuwe ziekmelding en toekenning van Ziektewetuitkering beëindigde het UWV het recht op ziekengeld omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies zonder urenbeperking.
Appellante overlegde een expertiserapport van verzekeringsarts Erdogan waarin werd geconcludeerd dat zij maximaal 6 uur per dag en 30 uur per week kan werken vanwege slaapproblemen door pijnklachten. Het UWV verwierp dit en stelde dat zij fulltime geschikt was voor de functies.
De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het rapport van Erdogan niet gevolgd wordt, met name omdat het dagverhaal en de invloed van pijnklachten op het functioneren niet adequaat zijn betrokken. Hierdoor kleeft aan het besluit een motiveringsgebrek.
De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op dit gebrek binnen zes weken te herstellen, waarmee het besluit niet inhoudelijk wordt vernietigd maar terugverwezen voor nadere motivering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep constateert een motiveringsgebrek in het UWV-besluit en draagt op dit binnen zes weken te herstellen.