ECLI:NL:CRVB:2022:1568

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juni 2022
Publicatiedatum
14 juli 2022
Zaaknummer
21/427 WIA-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens onterechte niet-ontvankelijkheid hoger beroep UWV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet was betaald.

In de verzetprocedure is gebleken dat het griffierecht wel tijdig is voldaan, maar door het Landelijk Dienstencentrum Rechtspraak retour is gestort vanwege het ontbreken van een betalingskenmerk. Hierdoor was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht.

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere beslissing en zet het onderzoek voort. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant, begroot op €379,50.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 juni 2022
21/427 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 15 januari 2021, 20/3094 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op
15 januari 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Namens appellant heeft mr. M.A. van de Weerd, advocaat, verzet ingediend.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad van 10 februari 2022 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In verzet is gebleken dat het griffierecht wel tijdig is voldaan maar door het Landelijk Dienstencentrum Rechtspraak retour is gestort in verband met het ontbreken van een betalingskenmerk.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
10 februari 2022 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in de verzetprocedure. De kosten worden begroot op € 379,50.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart het verzet gegrond;
  • veroordeelt het Uwv in de proceskosten van € 379,50.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) K.R. van Renswoude