ECLI:NL:CRVB:2022:1560
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde betalingsonmacht aan, daarbij stellende dat hij niet was geïnformeerd over het ontbreken van een mogelijkheid tot betaling in termijnen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld en overwogen dat appellant meerdere malen was gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht, waaronder een brief van 27 augustus 2021 waarin appellant een termijn werd gegeven om het griffierecht alsnog te voldoen. De Raad benadrukt dat de wet geen mogelijkheid biedt om het griffierecht in termijnen te betalen.
Hoewel het zorgvuldiger was geweest als de Raad dit expliciet in de brief had vermeld, leidt dit niet tot ontvankelijkheid van het hoger beroep. Appellant heeft voldoende gelegenheid gehad om het griffierecht te voldoen, maar heeft dit nagelaten. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard en wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.