ECLI:NL:CRVB:2022:1539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als hulp steigerbouwer en viel uit met psychische en fysieke klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor zijn Ziektewet-uitkering werd beëindigd per 4 januari 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond vanwege een onjuiste motivering omtrent de geschiktheid van een functie, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen onderschat waren en dat bepaalde functies niet geschikt waren vanwege tillen en lopen met krukken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de medische situatie en geschiktheid van functies zorgvuldig heeft beoordeeld. De aangevoerde bezwaren van appellant zijn onvoldoende onderbouwd. De Raad bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de beëindiging van de Ziektewet-uitkering terecht is gebleven.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 4 januari 2019 wordt bevestigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.