ECLI:NL:CRVB:2022:1532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als orderpikker, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Limburg oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts het dossier en aanvullende medische informatie had bestudeerd en appellant had onderzocht. De beperkingen van appellant werden vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), die door de verzekeringsarts bezwaar en beroep werd onderschreven. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat de beperkingen waren onderschat.
In hoger beroep voerde appellant aan meer beperkingen te hebben, maar leverde geen nieuwe medische informatie aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.