ECLI:NL:CRVB:2022:1399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig inpakker, meldde zich ziek na een scooterongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Medisch onderzoek en een arbeidsdeskundig rapport stelden vast dat hij belastbaar is met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en niet geschikt is voor zijn laatst verrichte werk. Het UWV weigerde de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de subjectieve klachten niet doorslaggevend zijn. De geselecteerde functies zijn passend en de arbeidsbelasting is juist vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de functies te zwaar en stressvol zijn, maar leverde geen nieuwe medische stukken.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV, benadrukt dat de gegevens in het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) als juist mogen worden aangenomen, en concludeert dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op 7,54%. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.