ECLI:NL:CRVB:2022:1373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-vervolguitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig elektromonteur, kreeg na een bedrijfsongeval in 2011 lichamelijke en later ook psychische klachten. Na een loongerelateerde WGA-uitkering werd zijn arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld en vastgesteld op minder dan 35%, waarna het UWV de WGA-vervolguitkering beëindigde.
De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen van het UWV overtuigend en deugdelijk waren gemotiveerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen ernstiger waren en dat een urenbeperking noodzakelijk was, maar kon dit niet met nieuwe medische informatie onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat de geselecteerde functies passend zijn, rekening houdend met de beperkingen van appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de WGA-vervolguitkering bevestigd.