Uitspraak
20.3105 PW-PV
mr. drs. ir. G.A.S. Maduro BaMa MBA, verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door T. Baltus.
Centrale Raad van Beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen heeft bij besluit de ten onrechte ontvangen bijstand over twee perioden herzien en teruggevorderd tot een bedrag van €1.160,86. Appellante voerde aan dat zij vanwege haar inkomen op bijstandsniveau en het gebruik van de bijstand voor het aflossen van schulden, het terugvorderen van het bedrag zwaar viel en dat het college om dringende redenen van terugvordering had moeten afzien.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen aannemelijk had gemaakt. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat het feit dat appellante de bijstand inmiddels heeft besteed niet samenhangt met de terugvordering. Hoewel het terugbetalen zwaar valt, vormt dit geen dringende reden om af te zien van terugvordering.
Het hoger beroep wordt verworpen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en de Raad baseert zich op de gemotiveerde overwegingen van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand en wijst het hoger beroep af.