ECLI:NL:CRVB:2022:1324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV met proceskostenveroordeling
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken. De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens besloten het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 20 november 2020, waarbij appellante werd bijgestaan door haar gemachtigden. Het UWV was niet vertegenwoordigd en de ex-werkgever verscheen niet. De Raad benoemde een deskundige die een rapport uitbracht. Na de gewijzigde beslissing van het UWV op 21 december 2021 trok appellante het hoger beroep in op 21 januari 2022 en verzocht om proceskostenvergoeding. Het UWV maakte hiertegen geen bezwaar.
De Raad baseerde zich op artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht, die bepalen dat bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld tot kostenvergoeding. De proceskosten werden begroot op € 2.656,50 en het UWV werd veroordeeld tot betaling hiervan. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.656,50 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.