Uitspraak
21.3808 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als rental sales agent, meldde zich op 29 juni 2020 ziek met rug- en psychische klachten. Het UWV weigerde de Ziektewetuitkering omdat de ziektewetclaim niet plausibel werd geacht en appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over oorzaak en aard van zijn klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant pas in bezwaar meldde dat de rugklachten veroorzaakt waren door een tilincident op 28 juni 2020. De Raad oordeelt anders en stelt dat het medisch onderzoek door het UWV onzorgvuldig was omdat onvoldoende is doorgevraagd naar het ontstaan en de aard van de klachten.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en wordt bepaald dat beroep tegen de nieuwe beslissing slechts bij de Raad kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.