ECLI:NL:CRVB:2022:1288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toekenning proceskostenvergoeding
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een besluit van het UWV. Het UWV heeft op 26 augustus 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep op 2 november 2021 ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding behandeld. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De proceskostenvergoeding is begroot op €1.082,- voor bezwaar, €1.518,- voor beroep, €759,- voor hoger beroep en €3,38 voor reiskosten, totaal €3.362,38. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV terugvorderen. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 8 juni 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.362,38 proceskostenvergoeding aan appellant na intrekking van het hoger beroep.