ECLI:NL:CRVB:2022:1251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ambtsbericht wegens ernstig wangedrag door nevenwerkzaamheden tijdens ziekte
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, werd wegens ernstig wangedrag een ambtsbericht opgelegd dat zes jaar betekenis kan hebben bij rechtspositionele beslissingen. Het wangedrag bestond uit het verrichten van werkzaamheden tijdens ziekte en het uitvoeren van nevenwerkzaamheden zonder voorafgaande toestemming.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ambtsbericht ongegrond, stellende dat appellant de voorgeschreven procedure niet volgde en niet aannemelijk maakte dat de bedrijfsarts instemde met de werkzaamheden. Ook het melden van de nevenwerkzaamheden tijdens een ziekteverzuimgesprek voldeed niet aan de formele meldingsplicht.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij transparant was en dat hij geen wangedrag had gepleegd, maar de Raad volgde dit niet. De Raad benadrukte de hoge eisen aan opsporingsambtenaren vanwege hun voorbeeldfunctie en stelde dat appellant onterecht aannam dat hij zonder toestemming mocht starten met nevenwerkzaamheden kort na het ziekteverzuimgesprek.
Gelet op de ernst van het wangedrag achtte de Raad het ambtsbericht met een geldigheidsduur van zes jaar passend. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ambtsbericht wegens ernstig wangedrag wordt bevestigd voor een periode van zes jaar.