ECLI:NL:CRVB:2022:1194
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-zaken
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en het hoger beroep niet tijdig was ingediend.
Appellante diende vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad moest beoordelen of het verzet tijdig was ingediend. De uiterste datum voor het indienen van het verzetschrift was 19 augustus 2021. Hoewel het verzetschrift volgens de poststempel op 14 september 2021 was verzonden, werd het pas op 23 september 2021 ontvangen, waardoor het te laat was ingediend.
Appellante gaf geen reden voor de termijnoverschrijding. De Raad verklaarde daarom het verzet niet-ontvankelijk. Beide partijen waren niet verschenen bij de zitting van 8 april 2022. De Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan appellante.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.