ECLI:NL:CRVB:2022:1160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen vanaf 16 april 2019. De rechtbank Rotterdam had dit beroep eerder ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht, waarbij ook informatie van de behandelend sector is betrokken.
De medische conclusies zijn navolgbaar en inzichtelijk gemotiveerd. De verzekeringsarts heeft duidelijk gemaakt waarom appellante geen situatie heeft van geen benutbare mogelijkheden of een indicatie voor urenbeperking. Appellante heeft in hoger beroep gesteld dat haar beperkingen niet juist zijn vastgesteld, maar deze stellingen zijn niet onderbouwd met medische informatie.
Ook de bezwaren tegen de geschiktheid van de geduide functies zijn ongegrond, aangezien de arbeidsdeskundige in een rapport van januari 2022 heeft toegelicht waarom de functies passend zijn. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 mei 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.