ECLI:NL:CRVB:2022:1160

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 mei 2022
Publicatiedatum
30 mei 2022
Zaaknummer
21/4002 WIA-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen vanaf 16 april 2019. De rechtbank Rotterdam had dit beroep eerder ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht, waarbij ook informatie van de behandelend sector is betrokken.

De medische conclusies zijn navolgbaar en inzichtelijk gemotiveerd. De verzekeringsarts heeft duidelijk gemaakt waarom appellante geen situatie heeft van geen benutbare mogelijkheden of een indicatie voor urenbeperking. Appellante heeft in hoger beroep gesteld dat haar beperkingen niet juist zijn vastgesteld, maar deze stellingen zijn niet onderbouwd met medische informatie.

Ook de bezwaren tegen de geschiktheid van de geduide functies zijn ongegrond, aangezien de arbeidsdeskundige in een rapport van januari 2022 heeft toegelicht waarom de functies passend zijn. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 mei 2022.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.

Uitspraak

21.4002 WIA-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 oktober 2021, 20/6334 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 12 mei 2022
Zitting heeft: mr. T. Dompeling
Griffier: C.G. van Straalen
Ter zitting zijn verschenen: namens appellante mr. R.W. de Gruijl en namens het Uwv drs. I.M. Veringmeier (via beeldverbinding)

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen de beslissing op bezwaar van 29 oktober 2020 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv zijn beslissing van 1 juli 2020 gehandhaafd dat appellante met ingang van 16 april 2019 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
Het hoger beroep vormt een herhaling van de gronden die in beroep zijn aangevoerd. De Raad sluit zich aan bij wat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat voldoende zorgvuldig onderzoek is gedaan. Het Uwv heeft eigen onderzoek verricht en daarbij de informatie van de behandelend sector meegenomen. De conclusies van het medisch onderzoek zijn navolgbaar en inzichtelijk gemotiveerd. De verzekeringsarts heeft ook goed gemotiveerd waarom er bij appellante geen sprake is van een situatie van geen benutbare mogelijkheden of van een indicatie voor een urenbeperking. De Raad sluit zich hierbij aan. In hoger beroep is door appellante wel gesteld dat haar beperkingen niet juist zijn vastgesteld, maar dit is niet onderbouwd met enige medische informatie. Ook de gronden van appellante met betrekking tot de geschiktheid van de geduide functies, slagen niet. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het rapport van 14 januari 2022 nogmaals inzichtelijk uiteengezet dat en waarom de functies waar de schatting op gebaseerd is, passend zijn.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) C.G. van Straalen (getekend) T. Dompeling
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep