ECLI:NL:CRVB:2022:1151
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op maatwerkvoorziening scootmobiel op grond van Wmo 2015
Verzoeker heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag gedaan voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een scootmobiel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college heeft dit verzoek afgewezen op basis van een medisch advies waarin is geconcludeerd dat verzoeker geen medische noodzaak heeft voor een scootmobiel, omdat hij nog zonder hulpmiddelen 450-500 meter kan lopen en gebruik kan maken van openbaar vervoer.
Verzoeker heeft tegen deze afwijzing bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep en verzocht om een voorlopige voorziening om de scootmobiel te verstrekken.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat het geschil alleen ziet op de inhoudelijke vraag of verzoeker recht heeft op de scootmobiel. De voorzieningenrechter heeft vervolgens het beroep tegen het besluit van 31 januari 2022 inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het medisch advies zorgvuldig tot stand is gekomen en dat er geen aanleiding is om het advies te betwijfelen. Daarom is het beroep ongegrond en is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat het college terecht heeft besloten geen scootmobiel te verstrekken, omdat verzoeker volgens het medisch advies voldoende mobiliteit heeft zonder scootmobiel. Er is geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige of het toekennen van een voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van een scootmobiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.