ECLI:NL:CRVB:2022:1136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als begeleider individueel en meldde zich ziek met rug- en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij belastbaar was met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en berekende haar arbeidsongeschiktheid op 0%, wat leidde tot weigering van een WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en het UWV een volledig beeld had van haar situatie. Appellante bracht geen medische informatie in die het oordeel kon betwijfelen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank. Nieuwe medische rapporten gaven geen aanleiding het eerdere oordeel te wijzigen. Het UWV had ook voldoende gemotiveerd dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd medisch passend waren.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.