ECLI:NL:CRVB:2022:1111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing maatwerkvoorziening dagbesteding en ambulante begeleiding Wmo 2015
Appellant vroeg op 14 maart 2019 bij het college een maatwerkvoorziening aan in de vorm van dagbesteding en ambulante begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Een arts van Argonaut voerde een oriënterend psychisch onderzoek uit en betrok medische informatie van de huisarts bij zijn beoordeling. Het college wees de aanvraag op 4 september 2019 af, omdat bij appellant geen stoornissen waren vastgesteld die belemmeringen in persoonlijk en sociaal functioneren veroorzaken.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het college zich terecht op het medisch advies van Argonaut had gebaseerd. De rechtbank vond het onderzoek zorgvuldig en voldoende deskundig en zag geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusie dat appellant geen cognitieve of psychische beperkingen heeft die zelfredzaamheid of participatie belemmeren. De rechtbank erkende de voorkeur van appellant voor dagbesteding in Amsterdam-Zuidoost, maar stelde dat het college niet verplicht is aan alle wensen van de aanvrager tegemoet te komen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het college een psycholoog had moeten raadplegen en benadrukte zijn behoefte aan dagbesteding met lotgenoten van Surinaamse afkomst. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank zouden moeten wijzigen. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de aanvraag.
De Raad wees een veroordeling in proceskosten af en deed uitspraak in het openbaar op 18 mei 2022.
Uitkomst: De aanvraag voor dagbesteding en ambulante begeleiding wordt afgewezen en deze beslissing wordt bevestigd in hoger beroep.