ECLI:NL:CRVB:2022:1071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA op 73,39%
Appellante was filiaalmanager en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 64,43%, later bij bezwaar verhoogd naar 73,39%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de functies waarop de berekening was gebaseerd medisch passend waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de functies assistente consultatiebureau en productiemedewerker industrie haar belastbaarheid overschreden, met name op aspecten als duwen, trekken, knielen, hurken en gebogen werken. De Raad volgde de rechtbank en het UWV, die met gedetailleerde motivering en aanvullende rapporten stelden dat de beperkingen niet werden overschreden en dat werkvoorzieningen mogelijk zijn.
De Raad oordeelde dat de arbeidsdeskundige voldoende had toegelicht waarom de functies passend zijn en dat appellantes argumenten onvoldoende waren om dit oordeel te wijzigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van 73,39% terecht is vastgesteld.