ECLI:NL:CRVB:2022:1062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek door UWV bevestigd
Appellante was werkzaam als callcentermedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar een ZW-uitkering toe, maar beëindigde deze later omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische en lichamelijke klachten waren onderschat en diende een aanvullend rapport in van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
Het UWV reageerde met een aangepaste FML waarin enkele beperkingen werden toegevoegd, maar de urenbeperking werd niet erkend. De Raad concludeerde dat het UWV met de FML van 16 maart 2021 voldoende rekening hield met de medische problematiek van appellante en dat de geduide functies passend waren bij haar belastbaarheid.
De Raad verwierp het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering van appellante terecht is beëindigd.