ECLI:NL:CRVB:2022:1016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 3 augustus 2015 ziekgemeld en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering met ingang van 1 maart 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de belastbaarheid juist was ingeschat. Appellante voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, waaronder kritiek op het psychisch onderzoek via beeldbellen, maar bracht geen nieuwe medische stukken in.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies medisch passend zijn. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering bevestigd.