ECLI:NL:CRVB:2022:1013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toename arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering per 26 juli 2017
Appellant is sinds 7 december 2012 arbeidsongeschikt geraakt door fysieke en psychische klachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering per 12 december 2014 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Op 26 juli 2017 trad een toename van beperkingen op, waarop appellant een nieuwe WIA-aanvraag indiende. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat de arbeidsongeschiktheid nog steeds onder de 35% lag en weigerde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstiger beperkingen dan vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat ernstige psychische problematiek onvoldoende was meegewogen en dat het UWV een onafhankelijk deskundige had moeten inschakelen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Het medisch onderzoek was zorgvuldig, appellant had voldoende gelegenheid medische stukken in te dienen maar deed dit niet. Er zijn geen nieuwe medische gegevens of gezichtspunten aangevoerd die het standpunt van het UWV ondermijnen. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige en schadevergoeding wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen per 26 juli 2017.