ECLI:NL:CRVB:2022:101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische motivering urenbeperking
Appellant, voormalig expeditie medewerker, meldde zich ziek met acute rugklachten en kreeg een Ziektewetuitkering. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, waaronder een urenbeperking vanwege incontinentie en frequent toiletbezoek. Het UWV beëindigde de uitkering op basis van een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep die oordeelde dat het toiletbezoek geen urenbeperking rechtvaardigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen medische gegevens waren die het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ondermijnden. In hoger beroep stelde appellant dat hij dagelijks vijf tot acht uur kwijt is aan toiletbezoek, wat een substantiële beperking vormt voor het werken.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, omdat het belang van het langdurige toiletbezoek onvoldoende is meegewogen. De medische grondslag is onvoldoende draagkrachtig, waardoor het besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd. Het UWV moet opnieuw beslissen, met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende medische motivering van de urenbeperking.