ECLI:NL:CRVB:2021:917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek wijziging bijstand wegens niet-commerciële huurrelatie
Appellant ontving bijstand op basis van de Participatiewet en verzocht om wijziging van de bijstandsnorm vanwege een huurovereenkomst met een medebewoner, X, waarbij hij een zolderruimte huurt tegen een huurprijs van €150 per maand. Het college stelde echter vast dat de feitelijke woonsituatie afweek van de overeenkomst, waarbij appellant ruimer gebruik maakte van de woning dan contractueel vastgelegd, en dat er geen bewijs van huurbetalingen was.
Het college handhaafde daarom de kostendelersnorm en wees het bezwaar van appellant af. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad dat er geen sprake was van een commerciële huurrelatie zoals bedoeld in artikel 19a van de Participatiewet, mede vanwege het ruimere gebruik van de woning en het ontbreken van betalingsbewijzen.
De Raad concludeerde dat het college de kostendelersnorm terecht ongewijzigd heeft toegepast en het verzoek van appellant tot wijziging van de bijstand terecht heeft afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de bijstand wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een commerciële huurrelatie.